Tips bij warm weer

Zodra de temperaturen boven de 20 graden uitkomt, kan het voor je hond al erg warm worden. Een hond transpireert niet zoals we zelf doen, en kan zijn warmte alleen kwijt door transpiratie via de tong (hijgen) en voetzolen. Afhankelijk van ras, leeftijd, conditie en de mate van inspanning kan het snel teveel van het goed worden voor je hond!

In verschillende situaties kan de lichaamstemperatuur van een hond te snel stijgen en kan tegelijkertijd de warmte onvoldoende worden afgevoerd.


Let daarom op het volgende:

  • Laat de hond niet te lang in de zon liggen (ook al kiest de hond daar zelf voor).
  • Laat de hond niet in de auto (ook geen tent of caravan). De auto kan al snel een broeikas worden, óók in de schaduw met open ramen. De temperatuur kan al in 10 minuten oplopen tot 50 á 60 graden! Als de hond niet snel gekoeld word, kan de hond (na een gruwelijke lijdensweg) hieraan overlijden.
  • Ga geen actieve spelletjes met de hond doen of trainen.
  • Niet gaan fietsen met de hond. Denk hierbij ook aan de voetzolen van de hond die op het hete asfalt, beton of stenen lopen. Deze zullen hierdoor onvoldoende warmte kunnen afvoeren. Tevens zullen ze doordat ze vochtig zijn blaarvorming krijgen en dus pijn veroorzaken.
  • Geen lange wandelingen maken. Maak korte wandelingen met de hond, bij voorkeur vroeg in de ochtend en later in de avond.
 
Als je hond tijdens warm weer overmatig gaat hijgen, of één van de volgende symptomen laat zien, kan er sprake zijn van oververhitting....
  • Bleke, grauwe slijmvliezen
  • Hond wordt suf, is apathisch (reageert niet meer op prikkels)
  • Snelle hartslag en ademhaling
  • Koude lichaamsuiteinden (oren, neus, staart)
  • Kwijlen, braken
  • Benauwdheid, tot bewusteloos en in extreme gevallen coma
 
Wat te doen?
  • Bel de dierenarts, de hond is in een shock en dit is een noodgeval! Overleg met de dierenarts wat te doen. In ernstige gevallen, als de hond het erg benauwd heeft, wikkel de hond in drijfnatte doeken en ga meteen naar de dierenarts.
  • Leg de hond op een koele plek.
  • Neem de temperatuur op. De basistemperatuur ligt rond de 38,5˚C.
  • Koel de hond met koude handdoeken of spuit hem af met lauw water, voornamelijk op de poten en buik. Zorg dat de temperatuur onder de 39,5˚C komt. Voorkom te snelle afkoeling.
  • Geef gedoseerd kleine beetjes water (op kamertemperatuur of lauw), teveel water in 1 keer kan gevaarlijk zijn. Door het hijgen verliezen ze vocht en de tong zorgt weer voor afvoeren van warmte.
 
Wanneer een hond oververhitting heeft doorgemaakt, ga dan altijd naar een dierenarts voor controle. Er kan schade ontstaan zijn aan de organen.
 

Tips om oververhitting te voorkomen

  • Creëer schaduwmogelijkheden (laat de hond niet te lang in de zon liggen, ook al doet de hond dit uit zichzelf) plus eventueel luchtstroming.
  • Altijd beschikking over (lauw) water.
  • Koelband om de hals. Deze koelt de nek van de hond en daardoor ook de slagaderen die dicht onder de oppervlakte van de huid liggen. Het bloed in de aderen koelt daardoor af en dit heeft effect op de rest van het lichaam, waardoor je algehele afkoeling krijgt. De koelband dompel je 10 minuten onder in koud water, eventueel even in de vriezer. Wanneer de koelband droog aanvoelt kan hij om de hond gedaan worden. Let op hoe lang het nodig is, niet onnodig koelen.
  • Koeljas (swamp cooler). Door de speciale samenstelling van de jas koelt het de hond als het nodig is en absorbeert de warmte van de hond. Het reflecteert het zonlicht, warmte en UV-stralen. De jas moet doordrenkt worden in water, dan uitwringen en om de hond doen. De werking is ongeveer 3-4 uur en dan kan je het weer doordrenken met water. Ook hierbij letten op hoe lang het nodig is..
  • Koelmat. Geeft geleidelijk water af door verdamping waardoor de hond koel blijft. De hond blijft verder droog. De mat dient een paar minuten ondergedompeld te worden in koud water. Het overtollige water eruit knijpen en zo gauw hij droog is, is hij klaar voor gebruik. De hond kan hier zelf kiezen of hij op de mat gaat liggen.
  • Kuil graven in schaduw/zandplek.
  • Zwembadje (pootjebaden) De hond niet helemaal laten zwemmen, tenzij hij daarna meteen in de schaduw kan liggen.
  • Water spuiten op voeten/pootjes/buik/liezen (niet op de gehele hond, kans op broeien doordat bovenvacht redelijk snel droogt, maar ondervacht niet). Geen ijskoud water, meer koud/lauw water.
  • Buik natmaken met natte handdoeken.
  • Er zijn honden die baat kunnen hebben bij scheren, vraag een trimmer om advies.